Even voorstellen

Ik ben Tosca Menten, ik woon in Woerden en ik schrijf boeken voor kinderen op de basisschool. Elke dag ga ik naar een chaotisch vrolijk schrijfkamertje in mijn huis om verhalen te bedenken en op te schrijven. Dat vind ik leuk. En dan leef ik me zo in, dat dat kamertje zomaar kan veranderen in een kamer in een piramide. Of in een chocoladefabriek, een oerwoud of een kantine van een kartbaan. Daar zit ik dan midden in te lachen, te huiveren of te jammeren. Dus nee, schrijven is niet saai!
Hoe ben je schrijver geworden?
Vroeger wilde ik helemaal geen schrijver worden, maar dokter. Uiteindelijk heb ik gestudeerd aan de Kunstacademie in Amsterdam en daarna werkte ik als juf tekenen op de middelbare school. Pas na jaren kreeg ik opeens een verhaal in mijn hoofd. Ik schreef het op, stuurde het naar een uitgever en die maakte er een boek van, dat was nog net in de vorige eeuw. Toen was ik “de schrijver van het boek” en was ik automatisch schrijver geworden. Daarna vond ik schrijven zo leuk dat het mijn beroep werd. Met de boeken van Dummie werd ik echt bekend en nu schrijf ik ongeveer twee boeken per jaar. Eigenlijk is het allemaal een beetje toevallig zo gekomen.

Deze vragen krijg ik vaak

Hoe schrijf je nou eigenlijk een boek?
Ik begin gewoon met een personage of gebeurtenis en zie daarna wel waar het verhaal naartoe wandelt. Ik weet daarom nooit van tevoren waar het verhaal over gaat en hoe het afloopt. Lekker spannend. (Je kunt misschien beter beginnen met een plan. Over wie wil je schrijven, wat gaat er allemaal gebeuren, hoe loopt het af…? Maar dat lukt me niet. Al na een paar bladzijdes wil ik ineens iets heel anders en kan ik mijn plan weer weggooien. Dus dat is zonde van de tijd.)

En hoe maak je zo’n boek dan?
Dat doe ik niet zelf, dat doet een uitgeverij. Dat is een bedrijf dat boeken maakt, en dat ook heel goed kan. Als ik klaar ben, lever ik mijn verhaal in en dan gaan zij ermee aan de slag. Hartstikke handig.

Hoe kom je aan je ideeën?
Meestal schud ik wat aan mijn mouw en dan rolt er wel iets uit, soms een heletros ideeën tegelijk. Dan moet ik daaruit kiezen. En dan maar hopen dast je het beste idee kiest.

Waaraan kun je jouw boeken herkennen?
Dat weet ik zelf niet zo goed. Maar kinderen die ze lezen zeggen dat ze er vooral om moeten lachen, dat ze spannend zijn, en een beetje gek. Ik schrijf geen horrorverhalen. Die vind ik eng.

Zit er een boodschap in je boeken?
Niet expres. De personages in mijn boeken maken wel herkenbare dingen mee, en ze komen soms behoorlijk in de problemen. Meestal door volwassenen, trouwens, die zijn soms nog kinderachtiger dan kinderen. Wie leest hoe ze dat oplossen kan er zeker iets aan hebben.

Heb je wel eens een prijs gewonnen?
Ja, meerdere keren de Eerste Prijs van de Nederlandse Kinderjury en meerdere keren de Pluim van de Senaat daarvan. Dat is een grote beloning.

Wat zijn de leukste dingen die je in je carriere hebt meegemaakt?
In 2012 schreef ik het Kinderboekengeschenk, dat was een eer. En een heel druk en bijzonder jaar.
In 2019 mocht ik met de koning en koningin en andere winnaars van prijzen lunchen op de Uitblinkerslunch op Paleis Noordeinde. Dat was zo leuk! (En heel lekker!)
Er zijn tussen 2014 en 2025 al vijf boeken verfilmd, waardoor nog meer kinderen mijn verhalen hebben leren kennen.
Een aantal boeken is wereldwijd vertaald. Daar heb ik een speciale boekenkast voor die midden in mijn kam er staat.

Wat doe je in je vrije tijd?
Ook als ik niet schrijf maak ik graag dingen. Een liedje, een melodietje op de piano, of een tekening. Of een taart of een wandeling. Of een praatje. Van niks doen word ik hartstikke moe.

Waar heb je een hekel aan?
Pesten. En liegen. En opruimen. En televisie kijken. Daar ben ik allemaal niet zo goed in.

Heb je nog tips voor aankomende schrijvers?
Tip 1: Gewoon beginnen, doorschrijven en afmaken. Dus niet stoppen en niet opgeven.
Tip 2: Als je niet meer weet hoe je verder moet, kun je vast een eind schrijven. Dan weet je in ieder geval waar het verhaal naartoe moet.
Tip 3: Verplaats je in je hoofdpersoon en stel jezelf de vraag: Wat zou jij doen?
Tip 4: Vraag niet aan je vader of moeder of het al goed is. Vaders en moeders vinden alles goed, dus daar heb je niks aan. Vraag het liever aan een boze buurvrouw.

De foto met de boekenstapel bovenaan is van Rianne Balvert